LES 10

Bijvoeglijke bepaling: genitivus (Grammmatica 1-3)
bijvoeglijk of bijwoordelijk? Kun jij in Nederlandse zinnen bepalen of iets een bijwoordelijke of een bijvoeglijke bepaling is? Probeer het hier met een paar zinnen.
dominus
rosa
Het is belangrijk de rijtjes goed te kennen. Kijk eens of je rosa en dominus nog kent.
pers. vnw. (1)
pers. vnw. (2)
In de eerste oefening vink je mogelijke betekenissen van vormen van het pers. vnw. aan. De tweede oefening is een flitskaart-oefening: je moet eerst zelf bedenken welke betekenissen een vorm van het pers. vnw. kan hebben. Beide oefeningen gaan uit van een situatie waarin het pers. vnw. 'los' in de zin voorkomt, dus niet na bijv. een voorzetsel.

Woorden Tekst 10.A
woorden 10.A Flitskaartoefening als hulp bij het leren van de woorden van Tekst 10.A.

Genitivus: vervolg (Grammatica 4)
relatie 2 (zelfst.) naamw. De genitivus verbindt in het Latijn twee (zelfst.) naamwoorden; je vertaalt het woord in de gen. vaak met 'van', maar soms ook met andere woordjes. In deze oefening krijg je een paar combinaties van Nederlandse zelfstandige naamwoorden, waarvan de tweede in het Latijn in de genitivus zou staan. Wat is de relatie van het tweede woord ten opzichte van het eerste?
de genitivus vertalen Aansluitend op de vorige oefening: je krijgt een combinatie van een zelfstandig naamwoord en een ander zelfstandig naamwoord in de genitivus. Soms kun je 'van' toevoegen, maar niet altijd. Maak de juiste keuze.

Woorden Tekst 10.B
woorden 10.B Flitskaartoefening als hulp bij het leren van de woorden van Tekst 10.B.